|
75 jarige vrouw zal gemiddeld
88 worden, 75 jarige man 85 jaar
Vlaams minister van Welzijn,
Volksgezondheid en Gezin Steven
Vanackere stelde vandaag de
geboorte- en sterftecijfers van
de Vlaamse bevolking van 2006
voor.
Enkele vaststellingen:
* Borstkanker, suïcide en
longkanker blijven ook in 2006
de belangrijkste doodsoorzaken
bij volwassenen op middelbare en
jonge leeftijd. Tot de leeftijd
van 39 jaar sterven mannen en
vrouwen door gelijkaardige
oorzaken, namelijk aangeboren
afwijkingen, leukemie,
ongevallen en suïcide. Vanaf de
leeftijd van 40 tot en met 69
jaar sterven vrouwen in de
eerste plaats aan borstkanker,
mannen meestal door suïcide (40
tot 49 jaar) of longkanker (50
tot 74 jaar). Op latere leeftijd
sterven zowel mannen als vrouwen
vooral aan hart- en vaatziekten.
* Suïcide is ook in 2006 de
belangrijkste doodsoorzaak bij
vrouwen van 20 tot 39 jaar en
bij mannen van 25 tot 49 jaar,
maar er is een daling in bijna
elke leeftijdsgroep waar te
nemen. In 2006 stierven 118
mannen minder door suïcide dan
in 2005. Tussen 2000 en 2006
is het aantal suïcides bij
mannen met 21% gedaald en bij
vrouwen met 20%.
Preventie blijft voor Vlaams
minister van Volksgezondheid
Steven Vanackere van het
grootste belang.
Persmededeling 17 juli 2008
Gevolgen
van stress op het werk:
werknemers zijn meer depressief,
sneller kwaad en hebben een
slechter humeur
Meer dan 40 procent van de
Belgische werknemers ervaart
frequent tot zeer frequent
stress op het werk. De factoren
die stress het meest in de hand
werken zijn het werktempo en de
werkdruk, emotionele
werkbelasting, onvoldoende
work-life balance en onvoldoende
ondersteuning bij veranderingen.
Veel steun en een goede
communicatie van de
leidinggevende werken het meest
stressreducerend. De gevolgen
van stress zijn van allerlei
aard: een grotere kans op
depressie, verminderde
prestaties op het werk en een
grotere verloopintentie. Deze
resultaten blijken uit het meest
recente onderzoek van ZebraZone.
Aan deze studie nam een
representatieve steekproef van
1500 Belgische werknemers in
loonverband deel.
"Pilootstudie naar de registratie van
nieuwe gevallen van depressie in de huisartsenpeilpraktijken in 2007" - maart
2008
Het Wetenschappelijk Instituut
voor Volksgezondheid (N.Boffin, T.Declercq, V.Van Casteren) heeft een
pilootstudie gevoerd, in samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap en Domus
Medica.
Met die registratie willen de auteurs een beschrijving
geven van :
-het aantal nieuwe gevallen van depressie in de
huisartsenpraktijk, -de belangrijkste symptomen, risicofactoren en andere
kenmerken van depressieve patiënten in de huisartsenpraktijk (inbegrepen
gebruik van zorg en arbeidsonbekwaamheid) -de aanpak door de huisarts en factoren die daarmee
samenhangen
Tot besluit stonden de auteurs voor de uitdaging om een
eenvoudige registratie van betrouwbare gegevens te ontwikkelen voor een
probleem waarover er geen consensus is in de huisartsenpraktijk.et rapport is in extenso te raadplegen op
http://www.iph.fgov.be/epidemio
Voorkomen
van depressiviteit
Op basis van de
gegevens van de
gezondheidsenquêtes 2001 en 2004
schatten we de prevalentie van
depressiviteit op 6,3 % bij
mannen en 11,7% bij vrouwen (de
prevalentie heeft betrekking op
de zes maanden die vooraf gaan
aan de afname van de enquête).
Het voorkomen van depressiviteit
werd bepaald met behulp van de
depressiviteitssubschaal van de
SCL-90r, een
zelfrapportageschaal van
psychische klachten. Personen
worden als depressief beschouwd
wanneer ze een gemiddelde score
halen hoger dan 13.
Onderstaande
tabel en grafiek tonen een
substantiële spreiding in het
voorkomen van depressiviteit
tussen de Belgische provincies.
We kunnen samenvatten door te
stellen dat de scores hoger zijn
in het Franstalige
landsgedeelte. Bij vrouwen zijn
deze regionale verschillen nog
meer uitdrukkelijk aanwezig. Het
hoeft dan niet te verwonderen
dat in het Zuiden van België
(Luik en Luxemburg) het
vrouw-man ratio in
depressiviteit, doorgaans,
groter is dan in Vlaanderen.
Referentie:
Van Praag, Lore; Verhaeghe,
Mieke; Levecque, Katia & Bracke,
Piet (2008)
De contextuele
invloeden op het voorkomen van
angst en depressiviteit in de
algemene Belgische bevolking,
Vakgroep Sociologie,
Universiteit Gent,
ongepubliceerd werkdocument.
Willen mensen die
suïcide plegen of een poging tot
zelfdoding doen, echt dood ?
70% van de mensen
die naar de Zelfmoordkliniek
gaan, veranderen daar van
gedachten. De Zwitserse kliniek
bestaat ondertussen 10 jaar en
zou ook 23 Belgen op haar
wachtlijst hebben staan.
“Zwitserland is het enige land
ter wereld waar hulp bij
zelfdoding niet strafbaar is”,
zegt psycholoog Nico De Fauw*
die aan de Werkgroep Verder
verbonden is.
Zelfdoding is
probleemoplossend gedrag
“Het lijkt logisch dat
suïcidale personen echt dood
willen, maar dat is niet zo”,
klinkt het bij het Centrum ter
Preventie van de Zelfmoord. Hoe
ver mensen ook zitten, toch
blijven ze vaak twijfelen bij de
confrontatie met het
definitieve.
Suïcidaal gedrag is
probleemoplossend gedrag en
mensen willen met hun poging of
hun zelfdoding duidelijk het
signaal geven dat ze de pijn die
hun situatie met zich meebrengt,
niet langer aankunnen.
Kiezen voor het leven
Ook De Fauw deelt deze mening:
“Het is niet zo verwonderlijk
dat mensen toch voor het leven
kiezen. Een belangrijk aspect
van een suïcidale dreiging is
immers ambivalentie.
Eigenlijk wil men niet dood,
maar men wil wel een ander
leven. Omdat men echter niet
weet hoe men dat ander leven kan
bekomen, lijkt zelfdoding de
enige en laatste uitweg.
Mensen zijn dus vatbaar op
gelijk welk moment om de balans
terug naar leven te doen
overhellen”, gaat De Fauw
verder, “samen zoeken naar
oplossingen zodat de drastische
en definitieve keuze van
zelfdoding (een definitieve
oplossing voor een vaak
tijdelijk probleem) niet gemaakt
dient te worden, is dan ook
nodig.”
*Werkgroep Verder, Nabestaanden
na Zelfdoding -
www.werkgroepverder.be
Gelezen op
www.hulporganisaties.be
Luisteren naar mantelzorgers , deze mensen
"die in de schaduw werken" om ze beter te kunnen helpen.
Een enquete van de Universiteit Luik - nov.2007 -
Nederlandse samenvatting
www.kbs-frb.be/publication.
Luisteren en praten over
depressie: een enquete van
Test-Aankoop
« Psychische problemen : hoe
vaak ze voorkomen, welke impact
ze hebben op de levenskwaliteit,
wat de betrokkenen ondernamen om
een oplossing te vinden?
De nood aan een kwaliteitsvolle
en doeltreffende behandeling
aangepast aan de behoeften van
de patiënt wordt steeds groter:
velen klagen over een gebrekkige
arbeidstrajectbegeleiding, een
gebrek aan informatie en aan
continuïteit in het zorgtraject.
Test-Aankoop publiceert in zijn
magazine Test Gezondheid nr82
van dec.2007-jan.2008 de
resultaten van die studie
Info:
www.test-aankoop.be
Onderzoeksgroep
“Kinderen van ouders met een
depressie”
: oproep aan gezinnen om mee te
werken
Een onderzoek geleid door het
Universitair Psychiatrisch
Centrum K.U.Leuven (Dr Guido
Peeters) in samenwerking met het
afdeling Kinder-en
jeugdpsychiatrie UZ Leuven
(Prof.Dr Marina Danckaerts).
Contactgegevens :
02.758.06.17 –
info@kinderenvan.be
–
www.kinderenvan.be
Eén op de vijf Belgische
werknemers is lichamelijk en
geestelijk uitgeput door zijn
werk. Dat
blijkt uit een onderzoek van het online rekruteringsbedrijf
StepStone, waaraan 21586
internetgebruikers deelnamen. De
Belgen behoren tot de top drie
van meest overspannen werknemers
in Europa.
Gelezen op
www.medinews.be,
Juryrapport
over de consensusvergadering
"Het doelmatig gebruik van
antidepressiva bij de
behandeling van depressie"
(11/5/2006)
Eén van de
opdrachten van het Comité voor
de Evaluatie van de Medische
Praktijk inzake Geneesmiddelen
is het organiseren van
consensusvergaderingen die
bedoeld zijn om de medische
praktijk inzake geneesmiddelen
in een bepaalde sector te
evalueren en om aanbevelingen te
formuleren ten behoeve van alle
voorschrijvende artsen.
Info op
http :www.riziv.fgov.be/drug/nl/statistics-scientific-information/consensus/index.htm
"Gelukkig
zijn" ; ongeveer één op de zes jongeren
tussen 12 en 22
maakt wel eens een depressie door.
1277 jongeren, onder wie 766
meisjes en 511 jongens tussen 13 en 17 jaar, vulden een enquête in over hun
geluk en ongeluk – Een enquête van In Petto (2000).
Alle enquêtes werden verwerkt en
daarna grondig besproken met acht jongeren-groepen.
Enkele tendensen:
- 87,8 procent erg gelukkig zijn
(hoog scoren: relaties, een tevreden gevoel)
- een jongere van 17 voelt zich
ongelukkiger dan een 15-jarige
- jongeren uit het
beroepsonderwijs, niet-Belgische jongeren en meisjes zijn wat ongelukkiger dan
het gemiddelde
- 85,8 procent van de jongens en
meisjes is thuis gelukkig (hoog scoren: relatie met de gezinsleden, sfeer, alles
en vrijheid) 73,3 procent van de jongeren voelt zich redelijk tot heel gelukkig
op school (hoog scoren: de vrienden en de klas) en 97,3 procent van de jongeren
voelt zich gelukkig bij vrienden (hoog scoren: veel begrip, aanvaard worden en
samen plezier maken).
Onderzoeksrapport
en infos op
www.inpetto-jeugddienst.be/ned/gelukkig3.htm
Resultaten Nationale Gezondheidsenquête 2004
De enquête schetst een algemeen beeld van de gezondheid van de Belgen en werd
uitgevoerd op vraag van de overheden van Volksgezondheid, zowel Federaal, als
van de Gemeenschappen en Gewesten.
Bijna 13 000 Belgen hebben aan deze bevraging deelgenomen.
Op het gebied van mentale gezondheid geeft deze enquête aan dat in de bevolking
van 15+ :
-
24% te kampen heeft met een psychisch niet-goed voelen ;
-
13%, ongeveer de helft van deze 24%, aan een tamelijk ernstige mentale
aandoening lijdt ;
- 8% te maken heeft met depressieve gevoelens;
-
6% angstgevoelens heeft ;
-
20% heeft slaapproblemen.
6% van de bevolking geeft aan dat hij/zij in het afgelopen jaar een ernstige
depressie heeft doorgemaakt.
12% van de bevolking heeft ooit reeds ernstig aan zelfmoord gedacht en 4% heeft
het ooit geprobeerd. Vooral mannen geven dit vaker dan vrouwen aan.
Op oudere leeftijd heeft men meer last van slaapproblemen, somatische en
depressieve gevoelens en gebruiken vooral vrouwen meer psychotrope
geneesmiddelen. Bij laag- opgeleiden komen mentale gezondheidsproblemen meer
voor. Personen met een ernstige depressie raadplegen sneller een zorgverstrekker
dan in 2001.
Verslag op
www.iph.fgov.be/epidemio
(De laatste rapporten)
Incidentie van
depressie in Vlaanderen
(Gelezen in Huisarts Nu (2006)
34,10 p576-585)
De cijfers van de Integodatabank
(Intego is een
registratienetwerk van
huisartsen in Vlaanderen) geven
een idee omtrent het voorkomen
van depressies in Vlaanderen.
Nieuwe gevallen per 1000
patiëntjaren van depressie
|
Jaar
|
Vrouwen
|
Mannen |
Totaal |
|
1994 |
15,4 |
6,0 |
10,64 |
|
2000 |
15,2 |
7,3 |
11,21 |
|
2003 |
15,5 |
7,1 |
11,26 |
|
Totaal |
16,0 |
7,2 |
11,55 |
De resultaten (Besluit van Huisarts Nu) :
Samenvattend kunnen we stellen dat
depressie een veel voorkomende aandoening is, die stabiel blijft in de tijd. De
diagnose wordt twee maal vaker gesteld bij vrouwen dan bij mannen. We zien dat
de incidentie het hoogst is in de leeftijdsgroep van 25-64 jarigen. Hoewel de
veel gebruikte term winterdepressie niet kan weerhouden worden, lijkt er toch
enige evidentie te bestaan voor de link tussen depressie en meteorologische
invloeden. Verder blijkt er een grote interartsvariatie te zijn in het
diagnosticeren van deze aandoening.
Mentale
stoornissen : een Europese study
De European Study on Epidemiology of Mental Disorders
(ESEMeD) heeft tot doel op bevolkingsniveau het
voorkomen van mentale stoornissen in zes Europese landen
in kaart te brengen. Hiervoor werden nagenoeg 22.000
niet-geïnstitutionaliseerde respondenten uit België,
Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje
geïnterviewd. De diagnosen werden gesteld door middel
van het Composite International Diagnostic Interview
(CIDI), dat voor deze studie werd geoptimaliseerd
door de Wereldgezondheidsorganisatie.
Uitgebreide cijfers van de studie op
http://statbel.fgov.be/figures/download_nl.asp
|
|