|
|
|
Belgische Liga van de Depressie vzw
|
|
Mentale
stoornissen :
een europese study
De European Study on Epidemiology of Mental
Disorders (ESEMeD) heeft tot doel op bevolkingsniveau het vóórkomen van
mentale stoornissen in zes Europese landen in kaart te brengen. Hiervoor werden
nagenoeg 22 000 niet-geïnstitutionaliseerde respondenten uit België, Nederland,
Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje geïnterviewd. De diagnosen werden
gesteld door middel van het Composite International Diagnostic Interview
(CIDI), dat voor deze studie werd geoptimaliseerd door de Wereld
Gezondheids-Organisatie.
In
België nam een representatieve steekproef van 2419 volwassenen deel aan het
onderzoek. Op basis van het Nationaal Register werden personen geselecteerd
door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS). Interviews vonden plaats
tussen april 2001 en juni 2002 en personen werden geïnterviewd door medewerkers
van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV). Interviews hadden een
gemiddelde duur van 90’ en werden afgenomen aan huis door gebruik te maken van
een draagbare PC waarop de vragenlijst werd geprogrammeerd. Dit is het meest
uitgebreide epidemiologisch onderzoek waarbij een volledig gestructureerd
psychiatrisch interview werd afgenomen bij een representatieve steekproef uit
de Belgische bevolking.
In het interview werd gepeild naar het voorkomen van
stemmingsstoornissen (waaronder depressie),
angststoornissen (waaronder diversie fobieën) en
alcoholgerelateerde stoornissen (misbruik /
afhankelijkheid). Ook werd er gepeild naar de impact van
mentale stoornissen op het dagelijkse leven,
medicatiegebruik en het zoeken van hulp voor emotionele
problemen.
De coördinatie van het onderzoek in België gebeurde door Professor Koen Demyttenaere (KUL) en Professor
Herman van Oyen en Stefaan Demarest (Het
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid).
RESULTATEN
Meer dan 27% van de ondervraagden vermeldde de
aanwezigheid van minstens één mentale stoornis ooit in
zijn/haar leven; één op tien had een mentale stoornis in
de laatste 12 maanden. Geëxtrapoleerd naar de Belgische
bevolking betekent dit dat meer dan 2 miljoen Belgen
ooit in hun leven een mentale stoornis hebben
doorgemaakt, waarvan meer dan 800 000 in het afgelopen
jaar. Stemmings- en angststoornissen waren de meest
voorkomende mentale stoornissen. Zij kwam het vaakst
voor bij jonge mensen, bij vrouwen en gescheiden of
werkloze personen. Voor om en bij de 40% heeft een
mentale stoornis een chronisch karakter.
Slechts één op
drie van diegenen met een mentale stoornis consulteert
een professionele hulpverlener. De huisarts werd het
vaakst geraadpleegd, al dan niet in combinatie met een
psychiater. Eén op twee wachtte langer dan een maand
vooraleer professionele hulp te zoeken. Redenen hiervoor
waren de idee dat de emotionele problemen uit zichzelf
zouden verdwijnen,
financiële beperkingen en niet goed weten waar hulp te
gaan zoeken...
met zoveel artsen, psychologen en
psychiatrische bedden in België komt dus een grote
discrepantie tussen het aanbod maar ook het (en)
adequate gebruik van behandelingen voor mentale
stoornissen.
Mentale stoornissen
hebben ook een grote impact op het dagelijkse leven. Zo
zorgt de aanwezigheid van één mentale stoornis voor een
suboptimaal functioneren in 25% van de tijd (ongeveer 8
dagen per maand).
Stemmingsstoornissen hebben de grootste impact.
Slechts één op drie van
diegenen met een mentale stoornis krijgt psychofarmaca
voorgeschreven, vooral antidepressiva en anxiolytica.
Ongeveer 45% van de stemmingsstoornissen wordt behandeld
met psychofarmaca; 31% van de angststoornissen en 19%
van de alcoholgerelateerde stoornissen. Het was
opvallend dat antidepressiva en anxiolytica nagenoeg
evenveel werden voorgeschreven voor stemmings- en
angststoornissen.
|
|
|