|
Het Forum "Depressie & werk" :
de syntheses
Verslag Forum Gent,
24 november 2007
Jan Van
Parijs, moderator |
Voor dit
Forum over Depressie bestond het expertenpanel uit:
-
Dr.
Hans van den Ameele; psychiater te Brugge,
-
Dr. Jacques
Coupez; Huisarts te Gent,
-
Sigert Vandeberghe; psycholoog verbonden aan ISW-Limit,
-
Prof. Piet Bracke; Medisch socioloog U Gent,
-
Dr.
Joël Boydens; Psychiater bij de Christelijke Mutualiteiten,
-
Dr Lucien
Thoné, huisarts.
Bij heel wat depressieve mensen bestaat er een verband tussen hun werk en hun
depressie. De werkdruk, problemen met collega’s of stress kunnen bijvoorbeeld
een uitlokkende factor zijn. Rond dit thema gingen op het ‘depressieforum’ vijf
experten en een veertigtal ervaringsdeskundigen met elkaar in gesprek. De groep
ervaringsdeskundige was heel divers samengesteld: mensen die zelf een depressie
achter de rug hadden, hulpverleners, vrijwilligers van zelfhulpgroepen,
familieleden van depressieve mensen, enz.
Opvallend was dat tijdens de gesprekken experten en ervaringsdeskundigen
inhoudelijk op dezelfde lijn zaten. Stellingen werden niet ontkracht of
verbeterd. Ze werden aangevuld of genuanceerd.
Dit tweede forum rond depressie werd opgebouwd rond vier centrale vragen.
1. Kan je werk je depressief maken? Welke factoren spelen
daarbij een rol?
2. Bij welke alarmsignalen trek je aan de bel? En bij wie je dan
ten rade?
3.
Wat dient er te gebeuren om een depressie
te verhelpen? Als individu en/of organisatie?
4.
Hoe ga je na een periode van
arbeidsongeschikt terug aan het werk? Welke begeleiding moet er dan zijn?
Kan je werk je
depressief maken? Welke factoren spelen daarbij een rol?
Bij de deelnemers van het forum bestaat er niet de minste twijfel dat de
werksituatie een rol kan spelen bij het ontstaan van een depressie. Maar die
impact kan soms heel divers zijn.
Het klassieke verhaal is dat mensen bezwijken onder de hoge werkdruk of de
stress die door collega’s op de werksituatie op hen wordt gelegd. Maar er zijn
ook mensen die in een depressie vallen omdat ze net geen werk meer hebben of
omdat ze na hun pensionering in een “zwart gat” vallen.
Maar evenzeer de angst om het werk te verliezen kan een element zijn bij de
aanzet van de ziekte.
En toch meent men dat de werksituatie slechts één uitlokkende factor is. In die
zin is het gevaarlijk om enkel te focus te leggen op ‘werk’. Bij de meeste
mensen spelen ook elementen zoals sociale problemen, moeilijkheden in een
relatie, leeftijdsgebonden problemen of een financiële tegenslag een rol.
Depressie moet daarom steeds in een ruimer perspectief benaderd te worden:
een multi-factorieel perspectief. Daarin spelen o.a. sociale, biomedische,
relationele factoren een rol. En één van die elementen kan de werksituatie
zijn.
Maar als we onze kijk enkel richten op de werksituatie, dan zijn ook daar een
massa factoren die we als ‘ziekte-uitlokker’ kunnen bestempelen. We
denken daarbij aan: hoge werkdruk, moeilijke relatie met de collega’s,
pestgedrag, eigen ambitie, lat die te hoog ligt, geen inspraak op het werk,
stress, …
Een aantal van deze elementen gaan terug naar de persoonlijk van de
depressieve persoon. We denken bijvoorbeeld aan: hij/zij kunnen soms moeilijk
afstand nemen van het werk, hij/zij heeft een torenhoge ambitie en doet er alles
voor om op te klimmen in de organisatie, hij/zij is te veeleisend tegenover
zichzelf, hij/zij voelt zichzelf onmisbaar …
“Uitlokkende” factoren die teruggaan naar de persoonlijkheid van de depressieve
persoon zijn natuurlijk moeilijk te veranderen. Die zitten ingebakken in de mens
zelf. Individuele therapie kan dit wel bijsturen, maar dit valt buiten het
engagement van het bedrijfsmanagement. Maar er zijn tal van elementen die wel
door de werkgever kunnen gewijzigd worden. Vooral de leidinggevende die “net
boven jou staat” is van cruciaal belang. Als deze persoon oor heeft voor
klachten, luisterbereid is en het gevoel geeft zijn medewerkers te steunen kan
veel werkstress worden vermeden.
Heel vaak wordt “stress” aangeduid als “ziekteverwekker” voor depressie.
En toch is dit niet correct. Een uitdagende job die mensen het gevoel geeft dat
ze hun eigen kwaliteit maximaal moeten boven halen geeft net een grote
jobvoldoening. De stress die erbij komt lijken mensen zonder problemen te
aanvaarden. Dit is de positieve stress. Deze stress hoeft dus helemaal geen
depressie uit te lokken. Maar stress kan ook omslaan in “negatieve stress”. Dit
gebeurt wanneer mensen het gevoel hebben dat ze zelf geen impact hebben op de
werkdruk. Als ze het gevoel hebben dat alles boven hun hoofden wordt beslist. Of
indien mensen de stress niet zelf kunnen bijsturen. Deze drukkende stress zal
dan veel sneller een depressie uitlokken.
Het bedrijfsmanagement kan een preventief beleid ontwikkelen. Kernwaarden
van een dergelijk beleid zijn: luisterbereidheid naar de werknemer, bereidheid
tot bijsturen, mogelijkheid tot individualiseren van de werksituatie, dialoog,
respectvolle houding t.a.v. werknemers.
Vanuit de expertengroep werd erop gewezen dat burn-out en depressie niet
zomaar als synoniemen van elkaar mogen gebruikt worden. Een depressie doordringt
namelijk het gehele leven. Daar kan het werk ook bij betrokken zijn, maar het
gaat veel ruimer dan het werk. Dit in tegenstelling tot een burn-out. Daar ligt
de focus op het werk. Eenvoudig gezegd kan men stellen dat een depressie veel
ruimer gaat dan een burn-out.
Bij welke
alarmsignalen trek je aan de bel? En bij wie ga je dan ten rade?
Natuurlijk is het belangrijk om tijdig aan de alarmbel te trekken. Maar het
forum stelt vast dat dit in de regel veel te laat gebeurt. De oorzaken
voor dit lange wachten kunnen heel divers zijn.
Maar het forum oordeelt dat je ze kan terugbrengen tot drie grote groepen:
1. De depressieve
persoon ziet zelf niet in dat hij/zij ziek is. Men luistert dus niet naar de
eigen alarmsignalen of deze worden geminimaliseerd. Wie denkt dat hij/zij
alles nog aankan zal niet snel hulp zoeken bij anderen.
2. Men ken niemand die
begrip toont voor “depressie”. Het is namelijk weinig uitnodigend om je hart
uit te storten bij mensen die je raad geven als “het gaat wel over”, “je moet
er je over zetten”, “je moet positief denken”, …
3. Er heerst binnen de
werksituatie (en bij uitbreiding in de gehele maatschappij) nog een zwaar
taboe op “depressie”. Precies dit taboe weerhoudt mensen ervan om hun probleem
met anderen te bespreken.
Bij wie gaat men ten rade? Er is één stokwoordje dat op het forum steeds
terugkwam: begrip. Wie begrip toont voor de situatie van de depressieve
persoon is het ideale aanspreekpunt. “Iemand met begrip” kan je overal
aantreffen: in je familie, op de personeelsdienst, in een kliniek, bij de
vakbond, bij je vrienden, bij de bedrijfsgeneeskundige dienst, een huisarts, een
psychotherapeut, ….
De alarmsignalen die een belletje moeten laten rinkelen en die wijzen op
een depressie zijn binnen het forum ruim bekend. We geven een greep van de
alarmsignalen: slaapproblemen, angst, concentratieproblemen, eetstoornissen,
verlaagd zelfbeeld, zwarte gedachten, geen fut, agressie, prikkelbaar,
emotionele labiliteit, eetproblemen, zelfmoordgedachten, verminderen van sociale
contacten, …
Wat dient er te
gebeuren om een depressie te verhelpen? Als individu en/of organisatie?
Depressie is te voorkomen, tenminste als men ermee naar buiten kan en durft
komen. En precies daar knelt vaak het schoentje. Er blijft nog steeds een te
hoge drempel bestaan om depressie ter sprake te brengen. Het taboe daar
rond weghalen kan pas gebeuren als depressie als een echte ‘ziekte’ wordt
aanvaard. Een ziekte zoals een longontsteking of nierlijden. Dit taboe wegwerken
gebeurt natuurlijk niet op het niveau van de werkgever.
Da’s is een maatschappelijk gebeuren. Het forum pleit dan ook voor
verdere sensibiliseringscampagnes rond depressie.
Maar ook op niveau van bedrijven of organisaties kan als heel wat
gebeuren. Cruciaal daarbij is een bedrijfscultuur die depressie ernstig neemt.
Dit vertaalt zich soms in kleine details. We sommen er enkele op. Wordt over een
depressief collega gesproken in termen van “zwak”, “niet stressbestendig” of
“er onderdoor gegaan”? Is er binnen functioneringsgesprekken ruimte om thema’
als burn-out of stress te bespreken? Krijgen depressieve werknemers de tijd om
zich opnieuw in het werkproces in te schakelen, of worden ze direct vervangen
door andere mensen? Is er een aanspreekpunt binnen de organisatie waar
werknemers ten rade kunnen met hun psychosociale problemen? Maar ook: hoe
reageert een bedrijf op een ‘moppercultuur’?
Ook op individueel niveau moeten we de vraag stellen of we zelf wel oog
hebben voor depressieve collega’s? Pikken we signalen op? Worden depressieve
collega’s die op ziekteverlof zijn al snel vergeten?
Naast “ikzelf als collega” moeten we ook oog hebben voor “ikzelf als
iemand die zelf ook in een depressie kan vallen”. Net daarom moet iedereen
zichzelf verzorgen.
Deze zelfzorg kan heel diverse vormen aannemen: naast het werk nog andere
levensdoelen voorop stellen, sociale contacten goed onderhouden, voldoende
bewegen, grenzen durven stellen, je medicatie correct innemen, regelmaat in je
leven bouwen, over een degelijke voeding waken, enz.
Op drie niveau’s moeten dus inspanningen geleverd worden. Echte verandering komt
er als ze alle drie in beweging komen: maatschappelijk, op niveau van bedrijf,
maar ook individueel. Degelijke sensibilisatie moet daarom deze drie lagen
bestrijken.
Hoe ga je na
een periode van arbeidsongeschikt terug aan het werk? Welke begeleiding moet er
dan zijn?
Voor het forum is reïntegratie op het werk allesbehalve vanzelfsprekend.
Ook hier zijn tientallen knelpunten aan te halen. Moeilijkheden zoals het
onbegrip van collega’s. Het werkritme is niet afgestemd op mensen die nog
“revaliderend” zijn. Of ex-depressieve mensen krijgen niet de kans om op een
rustig ritme hun job terug op te nemen.
Men mag daarom stellen dat de meeste werksituaties het een ex-depressief persoon
het niet gemakkelijk maken.
Ook hier is het sleutelwoord tot goede herintegratie: begrip. Een sociaal
opvangnet, begripsvolle collega’s, een leidinggevende die mee zoekt naar
oplossingen of een bedrijfsarts die mee helpt de integratie goed te laten
verlopen, … ze kunnen wonderen doen.
Binnen het forum kwam geregeld de klacht naar voor dat er binnen de
hulpverlening wel heel wat formules bestaan die integratie bevorderen of
ex-depressieve mensen willen begeleiden. Maar vaak vinden mensen de weg niet
doorheen de administratieve molen. Door het bos van de regelgeving vindt
men de weg niet een oplossing niet meer. Daarom is het belangrijk dat
hulpverleners vertrouwd zijn met de verschillende vormen van integratie, of dat
ze patiënten minstens kunnen doorverwijzen naar de correcte diensten waar men
als zieke beroep op kan doen.
|
Verslag Forum
Antwerpen (Wilrijk), 24 november
2007
Annemie T’Seyen, moderator |
In Antwerpen was het tweede Forum voor Depressie, opgebouwd rond vier
kernvragen:
Welke
risicofactoren voor depressie kennen we in de werksfeer?
Wat zijn alarmsignalen, wie trekt aan de bel, bij wie en wanneer?
Welke beschermende
maatregelen zijn mogelijk op de werkvloer?
Hoe en wanneer
maak je werk van arbeidsreïntegratie?
Voor dit
Forum over Depressie bestond het expertenpanel uit:
- Dr. Hubert
Coppens, psychiater Psych. Centrum Broeders Alexianen Boechout
- Dr. Loes
Gabriels, psychiater UZ Gasthuisberg- Leuven
- Dr. Bernard
Landtmeters, adviserend geneesheer-coördinator bij de Onafhankelijke
Ziekenfondsen
- Dr. Mark
Martens, huisarts Genk
- Dr. Paul
Rotsaert, arbeidsgeneesheer IDEWE
- Mevr. Sofie
Vuurstaek, psychologe ISW Limits Leuven
Draagkracht en
draaglast: een wankel evenwicht
Niemand betwist nog dat een depressie het resultaat is van een samenspel van
elementen: zowel persoonlijkheidsstructuur, maatschappelijke factoren als
professionele situatie spelen een rol. Een depressie is met andere woorden
zelden of nooit een reactie op één specifiek probleem, maar ontstaat wanneer
iemands draaglast zijn draagkracht overschrijdt. Die draagkracht mag dan
verschillen van persoon tot persoon, zeg nooit dat het jou niet zal overkomen,
zo luidt de boodschap.
Persoonlijkheidskenmerken die iemand gevoeliger maken voor depressie zijn
ondermeer: een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen en een gebrek aan
assertiviteit. Maar ook positieve karaktertrekken zoals perfectionisme,
gedrevenheid en empathie kunnen - wanneer ze “té” worden - een risico inhouden.
Wat de experten deed pleiten voor meer mildheid: goed, mijn ultieme doel is nog
niet bereikt, maar ik ben toch niet slecht bezig…
De lat iets minder hoog leggen: dat is ook de boodschap naar de maatschappij
toe. Steeds meer mensen gaan gebukt onder prestatiedruk, en hebben het gevoel
willens nillens in de ratrace te zijn beland. Een dagelijkse dosis stress
en uitdaging kan motiverend zijn, maar dat positieve effect verdwijnt wanneer
iemand het gevoel heeft zijn greep op de dingen te
verliezen, of de zin van zijn inspanningen niet meer ziet. Waarmee we meteen bij
de derde factor, en meteen ook het thema van dit tweede Forum, zijn beland:
depressie en werk.
Depressief
door het werk?
Maakt werk mensen depressief? Neen, maar een overdosis negativiteit in de
werksfeer kan de balans draaglast-draagkracht wel uit evenwicht brengen. Te hoge
werkdruk en overdreven eisen inzake flexibiliteit blijken belangrijke
pijnpunten, naast een gebrek aan erkenning en autonomie in het dagelijks werk.
Een steeds weerkerende klacht betreft de administratieve overlast: zinloze
procedures en papierbergen leiden tot een uitholling van de job zelf, en dus tot
frustratie.
En nog een opmerkelijke vaststelling: de loyauteit onder collega’s –die beslist
bestaat en in se als uitermate positief moet worden beschouwd- blijkt vaak de
achillespees van een team. Immers, wie voelt dat hij of zij ten onder dreigt te
gaan aan de hoge eisen die het systeem oplegt, zal toch dapper doorvechten omdat
zijn of haar afwezigheid de druk op de collega’s nog zal verhogen. Een zieke
collega vervangen gebeurt immers niet, of te laat! Waardoor in sommige bedrijven
een dominosysteem ontstaat: zodra één werknemer uitvalt, stijgt de druk op de
volgende waardoor die
binnen de kortste
keren ook kopje onder gaat, en zo verder…
Alarmsignalen
(h)erkennen
Zoals in alle moeilijke situaties is ook bij depressie een (h)erkenning van het
probleem de eerste stap naar de oplossing. Maar daar wringt het schoentje al:
alarmsignalen worden immers niet, of te laat, herkend. Dat geldt voor de
omgeving, maar evenzeer voor de persoon zelf die niet goed begrijpt wat met hem
of haar gaande is, of dat niet wil toegeven.
Tekens aan de wand zijn een overdreven emotionaliteit zoals overreacties,
ongecontroleerde uitbarstingen of huilbuien, allerlei min of meer vage
lichamelijke klachten, slaap- en eetstoornissen, een negatieve gedachtenspiraal
waardoor ook het zelfbeeld steeds verder afbrokkelt…
Specifiek in de werksfeer zijn onzekerheid en besluiteloosheid, samen met
concentratieproblemen tot zelfs “black out”, veel voorkomende symptomen. Werk
mee naar huis nemen is veeleer een alarmsignaal dan een oplossing: het verhoogt
de druk in de gezinssfeer en vermindert het probleem op de werkvloer beslist
niet. Tenslotte blijkt ook een gebrek aan stiptheid, zoals meermaals te laat
komen, een niet te verwaarlozen signaal waarop op gepaste wijze- en dus niet
alleen met sancties of overwerk- moet worden gereageerd.
Wanneer wordt dan toch aan de alarmbel getrokken? Veel te laat, zo luidt het
antwoord unaniem. Aangeven dat je in een depressie zit, is dan ook niet
eenvoudig: je moet bij jezelf de symptomen herkennen, toegeven dat het inderdaad
niet meer gaat, en daar dan ook nog mee buiten komen: een heel parcours.
De omgeving van haar kant, en in het bijzonder collega’s en/of werkgever, vangt
soms wel signalen op maar durft daar niet altijd op in te gaan, uit angst als
indiscreet te worden aanzien. Nochtans hebben mensen die depressief zijn vaak
slechts dat kleine zetje van de omgeving nodig om hun probleem op tafel te
gooien.
In de privé-sfeer blijken de partner en de huisarts vaak de eerste
vertrouwenspersonen, in de werksfeer is een aanspreekpunt niet altijd zo
makkelijk te vinden. Overigens is niemand verplicht zich te outen, maar
in de praktijk blijkt enige openheid tegenover collega’s en/of werkgever toch
wel zinvol. Gepaste maatregelen en hulp kunnen immers maar worden geboden als er
een dialoog tussen alle betrokkenen bestaat. De meeste bedrijven beschikken
hiervoor over de nodige diensten: zowel op de personeelsdienst, de sociale
dienst, als de dienst voor arbeidsgeneeskunde werken mensen die in alle
anonimiteit- een zéér belangrijk gegeven- het probleem van depressie in al zijn
aspecten kunnen aanpakken. Zo kan, indien nodig, een doorverwijzing naar de
behandelende arts worden opgemaakt voor ondermeer een verklaring van
arbeidsongeschiktheid, wordt naar de beste financiële regeling gezocht, kan een
eventuele herziening van het arbeidsritme of de jobinhoud worden besproken en de
terugkeer naar het werk worden voorbereid.
Ligt een belangrijke oorzaak van het probleem in een scheefgetrokken
arbeidssituatie (overdreven werkdruk, slechte interne organisatie, pesterijen…)?
Dan is het wellicht verstandiger om met een collectief signaal naar buiten te
treden, in plaats van één persoon- die al in een benarde want depressieve
situatie verkeert- als “klokkenluider” te laten opdraven.
Die laatste moet zeker individuele hulp krijgen, maar daarnaast kan ook de hulp
van een vakbond of sociale dienst worden ingeroepen om disfuncties binnen een
bedrijf of aan de kaak te stellen.
Menselijkheid
op de werkvloer
Wat kan een werkgever ondernemen om het risico op depressieve werknemers tot een
minimum te beperken? Heel wat, zo blijkt. Een menselijke werkregeling met
flexibiliteit die van twee kanten komt, is een eerste noodzaak. Blijken van
waardering voor de geleverde prestaties, een tweede. Een leidinggevende zou ook
meer aandacht moeten hebben voor de sfeer op de werkvloer, en concrete stappen
moeten ondernemen om de teamgeest te versterken. Op individueel niveau kunnen
functioneringsgesprekken zinvol zijn om de sterke maar ook de zwakke punten van
een werksituatie te belichten, en in overleg voorstellen tot verbetering uit te
werken.
Tenslotte kan ook een aangename werkomgeving, met voldoende mogelijkheden tot
ontspanning en sociaal contact tussen werknemers, bijdragen tot ieders
professionele voldoening en een buffer vormen tegen frustratie of intriges.
Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar in de praktijk loopt er op menselijk
vlak nogal wat mis. Van leidinggevenden wordt verwacht dat ze niet alleen
interesse tonen voor hun werknemers, maar ook tijdig ingrijpen wanneer de druk
op het personeel onhoudbaar wordt. Dit blijkt echter zelden het geval, en zelfs
collectieve signalen zoals een abnormaal hoog ziekteverzuim, worden niet altijd
als alarmsignaal (h)erkend. Zou al wie een trapje hoger op de hiërarchische
ladder klimt, ook niet verplicht moeten worden een opleiding “people management”
te volgen, zo luidt de suggestie…
Terug aan het
werk: hoe, wanneer, met wie?
Mensen na een langdurige ziekte weer in het arbeidscircuit krijgen, was één van
de prioriteiten van de (vorige) minister van Arbeid en Tewerkstelling. Een
wetsvoorstel in die zin ligt overigens klaar, het is alleen nog wachten op de
uitvoeringsbesluiten.
Wat betekent dit in het geval van een depressie? Wat kunnen werkgever en
werknemer zelf doen om de “herinstap” zo vlot mogelijk te laten verlopen?
Beide partijen moeten initiatief ondernemen, zo luidt een eerste duidelijke
boodschap. Wie vanuit een moeilijke werksituatie in een depressie belandt, is
vaak geneigd alle contact met de werkvloer te verbreken. Of men verwacht van
collega’s dat zij de eerste stap zetten, terwijl die heel moeilijk kunnen
inschatten of en wanneer hun zieke collega aan een gesprek toe is. In veel
gevallen weten ze niet eens wat het probleem is… Eén telefoontje of mail van de
zieke of de collega is nochtans vaak voldoende om de dialoog te openen en
tijdens de rest van de ziekteperiode levendig te houden, zo leert de ervaring.
Daarnaast is ook een formeler contact met de personeelsdienst wenselijk. Die is
immers goed geplaatst om de zieke werknemer door te verwijzen naar de
verschillende interne en externe diensten die behulpzaam kunnen zijn bij het
herstel en de arbeidshervatting.
Ook de arbeidsgeneesheer mag beslist als een aanspreekpunt én vertrouwenspersoon
worden beschouwd: hij of zij is goed geplaatst om de situatie te analyseren en
de terugkeer mee voor te bereiden, eventueel met een herziening van de jobinhoud
en/of het werkritme.
De arbeidsgeneesheer kan hiervoor overleg plegen met de behandelende arts, de
adviserend geneesheer en de personeelsdienst, maar dit gebeurt steeds in alle
vertrouwelijkheid en uitsluitend in het belang van de patiënt. De vaak geuite
angst dat een vertrouwelijk gesprek met één van deze sleutelfiguren zich tegen
de werknemer zal keren, is dus niet gegrond.
Ook het precieze moment en de modaliteiten van de terugkeer vragen om wat
voorbereiding en communicatie tussen alle betrokkenen. Zo blijken mensen nog te
vaak opnieuw aan het werk te gaan om de foute redenen, zoals angst voor verlies
van de job, voor negatieve reacties van collega’s of voor financiële problemen.
Of ze weten niet dat er tussenoplossingen bestaan, zoals een inloopperiode of
tijdelijke deeltijdse arbeid.
Verder tonen mensen zich soms verbaasd over de lauwe reacties bij hun terugkeer,
maar realiseren ze zich niet dat die ook op geen enkele manier, of veel te laat
was aangekondigd. Openheid en vertrouwen tussen alle betrokkenen zijn ook hier
sleutelbegrippen!
Overigens leert de praktijk dat een goed voorbereide terugkeer de kans op een
succesvolle en blijvende werkhervatting aanzienlijk verhoogt: reden te over dus
om de dialoog met alle diensten aan te gaan.
Een “roadmap” met een overzicht van alle bestaande diensten en bevoegdheden zou
hierbij zeker welkom zijn. Een suggestie voor onze volgende minister van
werkgelegenheid?
|
Depressie
& werk: een globale aanpak is noodzakelijk
In de
gezondheidszorg is depressie wereldwijd één van de grootste uitdagingen. In
1990 al plaatste de
Wereldgezondheidsorganisatie depressie als vierde op de lijst van aandoeningen
met de grootste impact op verlies van werkdagen, gezondheid en
levenskwaliteit. Verwacht wordt dat tegen 2020 depressie naar de tweede plaats
opklimt. Depressie is daarmee een belangrijk maatschappelijk probleem. Het is
ook een frequent probleem: elk jaar maakt 5 tot 6% van de werkende bevolking
een depressie door. Dat is iets minder dan bij de niet werkenden, maar de
gevolgen voor de maatschappij zijn wel groter.
Een globale aanpak
van depressie op de werkvloer is dan ook noodzakelijk: niet alleen vanwege het
individuele leed en de maatschappelijke kost, maar ook omdat verlies van
arbeidsvermogen op sommige plaatsen tot een echte “cascade” van uitval leidt.
Een globale aanpak betekent dat niet alleen de individuele persoon met zijn
depressie moet worden geholpen, maar dat ook de nodige aandacht gaat naar de
materiële en menselijke factoren op de werkvloer die depressie in de hand
werken. Zoiets is niet de taak van één persoon, maar van een team waarin
ondermeer werkgever, personeeldienst, sociale dienst, arbeidsgeneesheer,
vakbond, adviserend geneesheer en –last but not least- de werknemer zelf
kernspelers zijn.
Naar de inleiding
van dr. Loes Gabriels, psychiater en voorzitster werkgroep Forum
Antwerpen 2007 |
|